Op het dak van de Europa-trip en deugddoende rust

Daar sta ik dan boven op de Timmelsjoch, op 2500 m, klaar om Oostenrijk te verlaten en Italië in te duiken, met een natte kont. Stel u voor: je zit eerst een aantal uren op een vochtige spons en je wordt dan gedropt in een vriezer met een temperatuur van – 4°C. Gezellig he? En dan word je ‘beloond’ met een afdaling. Die ene spons in mijn broek had ondertussen al het vocht opgenomen uit die ander spons (mijn zadel). Gelukkig schijnt de zon hier, dacht ik te schrijven voordat ik de top had bereikt. De wolken waren helaas net iets sneller dan mij aan de grens en dus weg zon. Daarbovenop nog een ijzig koude stormwind en het leek alsof ik op de top van de Mont Blanc stond. Het was kwestie van niet omver geblazen te worden en alles goed vast te houden. Dat laatste deed ik dus niet en daar ontnam een stevige rukwind mij van mijn fietsmutsje dat al enkele jaren trouw dienst deed. Gelukkig was het dat maar. Eigenlijk werd ik verlost van overbodige ballast. Gewoon de kap van de donsjas op en gaan. Toch enkele minuten de elementen getrotseerd om wat foto’s te nemen. Mede dankzij de sneeuw van de dag voordien was het hier wondermooi. Ingepakt als een Eskimo bolde ik voorzichtig naar beneden. De weg zag er hier en daar nogal bevroren uit. Die afdaling zal me altijd bij blijven. Als ik niet bijna uit mijn vel had gebibberd van de kou, had ik daar duizenden foto’s kunnen trekken. Hoewel, ik heb daar ook geleerd dat, net als mijn voeten, ook mijn iPhone niet goed tegen de koude kan. Plots gecrasht op de top (“This iPhone has experienced an unexpected shutdown because the battery was unable to deliver the necessary peak power”)… Gelukkig had ik al enkele foto’s kunnen nemen. Ik heb namelijk mooie herinneringen aan deze col, maar niet vastgelegd op foto. Herinner je die ‘Hollander’ vanuit de eerst blogpost? Wel die heeft mij als 12-jarige knul op de koersfiets gezet en samen met mij de Italiaanse zijde van de Timmelsjoch (ofwel Passo Rombo – Deze namen trekken in de verste verte niet op elkaar) beklommen. Die kant is trouwens véél zwaarder, ben ik blij dat ik die niet naar boven moest. Ik herinner het mij nog goed. Bijna boven, nog even door die laatste tunnel, en dan…vol in de mist. Niks hebben we daar gezien op de top. We konden nog net het restaurant op de top vinden om ons even op te warmen.

Even terug naar die natte broek/kont. Ik had mijn zadel laten plakken in Innsbruck, maar dit had duidelijk niet het gewenste effect. Bij stevig regenval blijft mijn zadel vocht opnemen. Een ander zadel lijkt de enige oplossing. De klachtenmail naar de fietsenmaker moet nog vertrekken. Op een zonnige dag is een natte poep vervelend, maar niet het einde van de wereld. Op een kille grijze dag zonder enige sprietje zonneschijn, zoals ik onlangs voor het eerst had, is het uiterst onaangenaam. Een broek is ook niet iets dat je ’s middags even uittrekt om te laten drogen…

Nooit naar de supermarkt gaan als je honger hebt is een gouden regel. Wel, die regel overtreed ik hier dagelijks. In Sölden, de start van de beklimming, dacht ik: ‘Laten we de fiets nóg wat zwaarder maken om er een echte uitdaging van te maken’. Uiteraard meer eten gekocht dan dat ik ’s middags verwerkt kreeg. Wel 2 Elstar appels uit Tirol de grens overgesmokkeld!

Een beklimming met de fiets, het blijft toch iets speciaal. Het is afzien en genieten tegelijk. Heel soms wordt daar een extra storend element aan toegevoegd: verkeer. Op enkele Porsches die tegen 120 km/u naar boven knalden, was er op de Timmelsjoch op deze tijd van het jaar weinig verkeer. Ook slechts drie fietsers (uit de andere richting en warm ingeduffeld) tegengekomen, maar allemaal al zwaaiend en groetend vanop een afstand. Het creëert een soort gevoel van verbondenheid, fietsers onder elkaar op een koude oktoberdag in niemandsland boven de 2000 m. Van verschillende automobilisten kreeg ik aanmoedigingen en omhoog gestoken duimen. Dat tovert direct en glimlach op mijn gezicht tijdens die urenlange onderneming. Want op mijn slakkentempo, verblijf je inderdaad een hele poos op die baan en kom je dus wel wat auto’s tegen, hoe druk of kalm de route ook is. Op de Gampenpass zat er nog tamelijk wat verkeer. In het algemeen houdt toch wel 6 op de 10 automobilisten onvoldoende afstand of mindert niet genoeg snelheid. Wel, maak daar voor Italianen maar 8/10 van. Wat een onnozelaars op de baan! Ik zal die Fiat Multipla (trouwens de lelijkste auto ooit op de markt gebracht) die mij bijna de kant in reed aan 80 km/u niet vergeten. Hij had het waarschijnlijk niet eens door. Steek het verstand van vele chauffeurs in een vogeltje, en het vliegt achteruit! Gelukkig leken de Duitsers nog vakantie te hebben en was bijna de helft van de passerende auto’s op die pas van Duitse afkomst. Na 1 maand op de weg kan ik met zekerheid zeggen: Dit zijn tot nu toe de mensen met het meeste respect voor fietsers. Dit was al duidelijk in Duitsland zelf, maar nog extra opvallend in andere landen, waar Duitsers veel hoffelijker zijn op de weg dan eender welke andere nationaliteit.

Ik ben dan ook niet meer gewoon om veel verkeer op mijn route tegen te komen. Net zoals in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland heeft ook Italië tot mijn grote verbazing een enorm uitgebreid fietsroutenetwerk. ‘Pistas ciclabiles’: een combinatie van wegen uitsluitend voor fietsers en verkeersluwe banen. Op elke hoek van de straat (maar letterlijk elke) staat duidelijk aangeduid naar waar de route loopt. De route die ik voorbije week volgde duidt in één richting ‘Tonale’ aan en de andere richting ‘Po’. Of soms gewoon noord – zuid. Van de Alpen naar de Po vlakte, volgen maar! Het enige nadeel hier is dat ze vaak de fietsroutes niet door de vallei maar langs de bergwand leggen en er dus veel meer hoogtemeters gemaakt moeten worden, en bijgevolg het tempo veel lager ligt dan dat je de grote baan zou volgen. Verder verwachten de Italianen ook dat elke fietser de nieuwe Pantani is (of een E-bike heeft). Op de route van vrijdag volgde de ene muur na de andere. Tot je het bordje ‘Cima Coppi’ bereikte. Afdalen op die route ging ook niet vlotjes met bochtige steile weggetjes, wisselende kwaliteit van wegdek (verhard, onverhard, en allerlei tussenvormen) en een grote hoeveelheid bolsters op de weg. Jawel, het is herfst en in Lombardije hebben ze blijkbaar veel kastanjebomen. Ondanks deze ‘nadelen’ is het nog steeds prettiger fietsen op deze ‘pistas ciclabiles’ dan op de drukke wegen vol gekke Italianen.

Verder kom je op deze routes heel weinig volk tegen en waan je je soms helemaal alleen op de wereld, diep verzonken in je eigen gedachten. Tot je in het Italiaans aangesproken wordt door een local. Wat een mooie taal dat Italiaans! Ik versta er echter weinig van en met Engels, Spaans of Duits kom je hier niet ver. Zo had ik vrijdag een geweldig gesprek met een enthousiaste Italiaanse dame. Of ja, zij ratelde in het Italiaans tegen mij en op de dingen die ik verstond kon ik haar antwoorden. ‘Naar waar ga je?’; ‘Hoe oud ben je?’; ‘Hoe heet je?’; ‘Reis je alleen?’ dat kon ik begrijpen. Verder kon ik er uit opmaken dat ze altijd al had gehoord van mensen die met de fiets op reis gingen, en ze nu zo blij was dat ze er eindelijk eens één had ontmoet! Ze vroeg me hoe de mama en de papa er zich bij voelden (denk ik) en wenste me nog heel veel succes (en nog zoveel meer dat ik niet begreep). Ondanks de beperkte mogelijkheden tot communicatie, maken zo’n ontmoetingen wel mijn dag. Maar ik moet dringend een basis Italiaans leren.

En zo ben ik dus plots in het echte Italië beland. Op een enorm korte afstand is het landschap, taal en sfeer helemaal veranderd. Gezellige bergdorpen maakten plaats voor pittoreske Mediterraanse dorpen en vandaag rijd ik echt helemaal weg uit de bergen. Want naast al de hierboven beschreven ervaringen blijft de reis bovendien ongelofelijk mooi! Europa heeft zoveel verschillend moois te bieden! En mooi weer ook! Na die ene regendag, en de heel koude dag, is het plots weer zomer geworden.

Mijn eerste keer ziek zijn op reis heb ik ook al (bijna) achter de rug. Gelukkig viel dit samen met een weekendje rust samen met Laura en heb ik een doktersbezoek toch kunnen afwenden door Sinutab te laten meebrengen. Door het binnen slapen, rust en de goede zorgen van Laura ben ik er weer bijna bovenop, en ik hoop toch snel de tand- en hoofdpijn definitief vaarwel te kunnen zeggen. Het weekend was enorm deugddoend, de batterijtjes zijn weer wat opgeladen om mijn korte reis door (Noord-)Italië verder te zetten en verschillende mensen te ontmoeten volgende week. De plannen zijn door verschillende redenen wat gewijzigd, maar daar lees je volgende week weer meer over. Ciao!

Een gedachte over “Op het dak van de Europa-trip en deugddoende rust

  1. Was ik 30 à 40 jaar jonger had ik heel graag meegefietst. Dit is een ervaring’ een belevenis die je ooit meer zal meemaken Ignace. Blijf je ogen en oren en alle andere zintuigen open houden Ignace. Je doet dat prima enje hebt een heel toffe blog. Ciao (dat woordje zal tochook wel kennen) y a la prossima blog) 🚲

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.