Ain’t no mountain high enough.

Ik ben blij dat ik weer in de bergen zit. En niet alleen omdat ik hier zonet de sauna kon instappen en een douche nemen. Maar vooral om een heleboel andere redenen. Eerst en vooral versta ik de mensen weer! Conversaties in de lokale taal zijn dus weer mogelijk. Het landschap, de rust, de verkeersluwe fietsroutes met zitbankjes en de talrijke waterbronnetjes. Ik had ze toch gemist. Water kopen in de supermarkt was ik in Italië opnieuw gewoon geworden, maar dat is opnieuw verleden tijd. Elk dorpje heeft hier op zijn minst één waterbronnetje. Je kan er hier echt op vertrouwen dat je voldoende drinkbaar water op je route vindt. Soms kan dit vertrouwen je ook zuur opbreken en duurt het (te) lang voor je weer water vindt. Maar dan duiken ze op, de bronnetjes, soms op de meest onverwachte plaatsen, op de momenten dat een frisse slok water smaakt als de eerste pint na enkele maanden. Ook de koeien, geiten en schapen heb ik gemist. Het geluid van de klingelende belletjes rond hun nek roept altijd een leuk gevoel van vakantie op. Maar vooral, ze lijken altijd (toch even) interesse te tonen wanneer ik passeer. Het zou natuurlijk ook uit schrik kunnen zijn, maar een groot deel van de kudde zal altijd opkijken. Op dat moment vraag ik me altijd af wat er in dat dier zijn hoofd omgaat. Op één of andere manier maakt het me blij, die reactie van de dieren op mijn passage.

De reactie van de mensen die ik hier kruis op mijn tocht is diverser. Hier in West-Europa lijken de meesten heel onverschillig t.o.v. iemand die met een vol beladen fiets op pad is. Ik zeg wel ‘lijken’. Want velen kijken wel even op of om, maar slechts weinigen zullen mij aanspreken, hoewel ik het gevoel heb dat er sommigen wel (licht) geïnteresseerd zijn. Maar onbekenden vanuit het niets aanspreken, is niet iets alledaags in onze samenleving. Ook voor mezelf geldt dat. Andere mensen bekijken mij alsof ze een ‘alien’ op een fiets zien. Vreemd gevoel geeft me dat, maar ik begin het wel grappig te vinden. Laten we in het algemeen toch aannemen dat het merendeel van de bevolking zich geen bal aantrekt van wat ik op mijn oranje fietsje met al die zware zakken aan het doen ben. Niet dat deze onverschilligheid mij veel uitmaakt, maar het is altijd wel leuk om even een kort gesprekje te hebben, of een opgestoken duim of aanmoediging te krijgen. Enkele dagen geleden kreeg ik van een Oostenrijker een vuistje na een gesprek al wachtend voor het rode verkeerslicht. Hij had zelf een vriend die naar Tokio was gestapt. Twee en een half jaar had die zot er over gedaan! Maar zo te lezen in verhalen van andere fiets-wereldreizigers, kan in Azië wel eens de omgekeerde situatie optreden: te veel interesse van de lokale bevolking, wanneer je even gerust gelaten wil worden. Maar dat mag ik hopelijk later nog ervaren.

Ik ben nu opnieuw enkele dagen in Oostenrijk. Dit weekend heb ik het geluk om te mogen verblijven in de prachtige chalet van Rino. Hoewel ik hem slechts heel kort ontmoette op het WK in Innsbruck, werd mij spontaan een gratis verblijf in de Chalet Mes Amis in Ellmau aangeboden. Aangezien Rino en zijn vrienden jaarlijks deelnemen aan Vélo Afrique (veloafrique.be) was de link niet ver zoek. Ook hier weer een prachtige streek trouwens. Mocht je nog geen plannen hebben voor je winter- of zomervakantie, meer foto’s van de streek en de chalet terug te vinden op www.chaletmesamis.com.

Italië ligt definitief achter mij. Met het hoogtepunt in mijn laatste dagen daar: de Dolomieten. Weinige gebieden in Europa overtreffen de schoonheid van dit gebied. Hierbij nog de prachtige herfstkleuren en een herfstzon aan de hemel en het was weer enorm genieten.

Nog enkele dingen over Italië:

  • Borden met afstandsaanduiding naar plaatsen kloppen niet. Vertrouw hier niet op! Op het ene bord staat 35 km, en 200 meter verder wordt 37 km aangeduid. Waar de waarheid juist ligt, weet niemand.
  • Italianen ontbijten (zo goed als) niet. Enkel wat zoete koekjes en een koffietje. Vrij problematisch als fietser.
  • Italianen houden van:
    • Reken bij het doorkruisen van een stad voldoende extra tijd voor al de tijd dat je voor een rood licht staat. Sommige lichten blijven enorm lang rood.
    • Die geel-zwarte dingen. Enorm inefficiënt voor het doel dat ze eigenlijk hebben: auto’s afremmen. Enorm efficiënt om trekkingfietsers snelheid te doen minderen (als ze de volledige breedte van de baan innemen).
    • Enkele richting straten. In het eerste dorpje probeerde ik nog de verkeersregels te volgen. Vanaf het tweede dorpje reed ik als fietser standaard in de verboden richting (net zoals al de andere fietsers). Anders is het vrij hopeloos om van punt a naar punt b te bewegen in de stad.
  • Italianen sporten enorm veel. Langs elke fietsweg zie je heel veel lopers en fietsers.
  • Sluikstorten is in Italië nog een vrij groot probleem. Jammer genoeg. Vooral in het meer zuidelijke deel.
  • Van kaas hebben ze niet echt kaas gegeten in Italië. Bij het bestellen van een kaasbordje kregen we een grote brok in stukken gesneden Parmeggiano en Pecorino. Twee topkazen, maar niet om zo in je mond te stoppen.

‘You are actually the first bike traveller I host who is dressed as a cyclist’, merkte Richard op bij mijn aankomst in Bologna. Grappig. Maar inderdaad, ik heb ook nog geen wereldfietser gezien in koersfiets-outfit. Ik ben dan ook een beetje een buitenbeentje in deze ‘community’. In het boek ‘Hoe word ik wereldfietser’ wordt een volledig hoofdstuk gewijd aan ‘Kan ik het fysiek aan?’. Voor mij was dit niet echt een zorg. Ik kreeg de voorbije weken af en toe wel eens een bericht zoals ‘Vergeet niet te genieten’ en ‘Forceer jezelf niet’. Voor mij is het fietsen zelf heerlijk genieten. Maar voor sommigen lijkt dat ik door Europa aan het rushen ben. Komende van de racefiets uit het Granfondo-circuit, waarbij we met events als Styrkeproven toch van ultra-fietsen proeven, heb ik iets minder moeite met lange afstanden en hoogtemeters. Wat niet wilt zeggen dat het mij geen moeite kost om een col over te rijden met deze tractor!

Voor de liefhebbers, enkele statistieken van mijn fietstocht tot nu toe. Helaas voor de mannen onder ons die opgewonden raken van wattage gegevens worden op deze fiets geen power data geregistreerd. De hartslaggegevens zijn eigenlijk nietszeggend, maar omdat data tegenwoordig hot zijn, heb ik ze voor de fun toch maar toegevoegd. De gemiddelden zijn exclusief rustdagen.

Aantal fietsdagen 29
Aantal rustdagen 13
Aantal km afgelegd 2 894
Gemiddelde afstand per dag (km) 99,8
Aantal hoogtemeters (hm) overwonnen 28 118
Gemiddeld aantal hm per dag 970
Aantal uren op de fiets 164u 9min
Gemiddeld aantal uren op de fiets per dag 5u 39min
Gemiddelde snelheid (km/u) 17,6
Gemiddelde hartslag (bpm) 116
Gemiddelde temperatuur (°C) 18
Langste rit Cremona – Bologna (191km; 8u 16min)

Zijn er nog graag dingen die je wil weten? Laat maar weten! De afgelegde route probeer ik nog in kaart te brengen onder het menu ‘Route’ op de site.

Straks brengt de tocht me opnieuw naar Duitsland, maar nu naar Beieren, waar ik een bezoekje zal brengen aan dé stad van het Oktoberfest, München, en daarna verder noordelijk naar de hometown van Ludwig (die snurkende Duitser): Nürnberg. Bis bald!

IMG_4397

2 gedachtes over “Ain’t no mountain high enough.

  1. Mooie stukje verhaal copain,ik blijf vol ongeduld wachten op het volgende stuk.. Tenminste als je de Oktoberfeesten overleeft😅Kvind wel dat je het gemiddelde hoogtemeters per dag tot 1000 moet opdrijven,anders ziet het er wel niet uit😁😁good luck bro

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.