Under the bridge

“We extend a worm welcom to you to pay a visit to China! We hope you enjoy yourself.” lees ik op het bord aan de muur wanneer de Chinese politieagente geïnteresseerd door de foto’s op mijn gsm scrollt. “What is this?” – “A market in Tajikistan.” “Who is this?” – “That is my girlfriend.” – “Why she not here?” – “No holidays.” – “Aah..”. Geen te lastige vragen en alles op een vrij vriendelijke toon. De grensovergang waar ik zo voor gevreesd had, valt qua controle uiteindelijk beter mee dan verwacht. Mijn zakmes had ik als een volleerde smokkelaar mooi in de zadelpen van mijn fiets verborgen en mijn brandstoffles ruikt naar lavendel. Mijn schriftjes worden zorgvuldig gecontroleerd. Lees: de douaneofficier staart naar Nederlandse tekst. Een ‘Warm welcome’ kan je het alvast niet noemen. Samen met Aitor (een Baskische fietser), Andrej en Barbora (Slovaakse backpackers) worden we verplicht met een taxi (die na stevig onderhandelen nog steeds prijzig blijft) naar de volgende grenspost gebracht, 150km verderop. Hier komen we zoals gevreesd aan middenin de drie uur durende middagpauze (die eigenlijk gevoelsmatig en in Kyrgizische tijd al in de voormiddag valt, gezien men hier werkt volgens Beijing tijd). De taxi parkeert voor de gesloten poort. Waar vinden we eten? Water? Schaduw?! “2 hours wait” zegt de chauffeur en hij verdwijnt naar God weet waar. Aitor heeft gelukkig liters water bij en de geopende kofferdeur van de taxi biedt een plekje schaduw. Ik val in slaap liggend op het asfalt met mijn hoofd onder de taxi. Onze frustratie is des te groter wanneer we het gigantische (lege) douanegebouw met airconditioning en wachtruimte voor wel minstens 50 bussen vol toeristen betreden. Welcome to China. Misschien is dit de Chinese definitie van een ‘Worm welcom’?

Wanneer we denken dat na een 7 uur durende vervelende grensovergang het ergste voorbij is, slaan we de bal wel even mis. Na 5km fietsen worden Aitor en ik aan de eerste politie checkpost vriendelijk verzocht om al onze zakken nogmaals door een scanner te sturen. Een half uur later mogen we weer verder fietsen. En zo gaat het de hele dag verder. We spenderen meer tijd aan checkposten dan op de fiets en zien in de eerste uren meer Chinezen in politieuniformen dan in normale kledij. Wanneer de avond valt worden we ‘geschaduwd’ door de politie, maar dit lijkt een voordeel op te leveren: we hoeven niet meer te stoppen aan de talloze checkposts. Uitgeput komen we rond middernacht lokale tijd in Kashgar aan. Van het fietswalhalla Tadzjikistan en Kyrgizië zijn we beland in deze surrëele wereld genaamd Xinjiang.

Het moet de eerste keer zijn tijdens deze reis dat ik zo een grote cultuurschok ervaar. Mensen doen niet de minste moeite om te communiceren. Chinees is een wereldtaal, met Engels kom je hier nergens. Eten bestellen is een ramp als er geen tekeningen bij staan. Gelukkig staan de gerechten vermeld in twee talen: Chinees en Tajik (waarvoor het Perzisch-Arabisch alfabet gebruikt wordt)… Het lange wachten op bediening en eten/koffie in restaurants doet mij de mensen ervan verdenken ook het ‘eigen volk eerst’ principe toe te passen. Ofwel is het gewoon pure inefficiëntie. In zes dagen in China heeft één Chinees mij de hand geschud en een deftig gesprek in het Engels met mij gevoerd. China is ook het eerste land waarbij er bij mensen geen belletje gaat rinkelen bij het horen van ‘Belgium’, ‘Brussels’ en zelfs ‘Europe’. En als je uitspraak van België in het Chinees niet perfect is, dan kom je weer geen stap verder. Het kost me twee uren en verschillende handtekeningen, kopies van paspoort en visum en het invullen van verschillende papieren voordat ik yuan ontvang voor mijn overhandigde dollars. Hoe dit land ondanks zo’n omslachtige bureaucratie en inefficiëntie dé economische wereldleider van het moment kan zijn is mij een raadsel. De verblijven in Chinese hostels waren ook vrij rampzalig te noemen door het gedrag van de Chinese gasten (lichten aan en telefoontjes in het midden van de nacht worden hier blijkbaar als normaal beschouwd). Ik weet niet of ik hen ooit ga kunnen begrijpen.

Het oude stadscentrum van Kashgar is verrassend mooi en voelt eerder aan als ergens in Marokko dan in China. Het wordt dan ook druk bezocht door toeristen in eigen land. Brommertjes rijden hier geruisloos (elektrisch) door de stad en de bouwvakkerslook lijkt erg hip te zijn. Vele mensen zien er ook helemaal niet Chinees uit. Door de historie is het hier een mengelmoes van culturen (welke door de Chinese overheid op zijn zachtst uitgedrukt niet allemaal geapprecieerd worden). Het eten is compleet anders dan in Centraal Azië en bevalt me wel. Wanneer ik een lepel krijg bij mijn gerecht besluit ik toch om de stokjes te gebruiken om aan te tonen dat ik dat best wel onder de knie heb. Best gênant als je er even later op gewezen wordt dat dit rijstgerecht ook door de Chinezen aan de tafel naast mij met een lepel gegeten wordt. Soep daarentegen wordt wel met stokjes gegeten.

Turkmenistan lijkt plots de hemel op aarde vergeleken met deze politiestaat. Met al het geld dat hier geïnvesteerd is in camera’s, prikkeldraad en andere beveiligingsmaatregelen konden ze alle mensen in de hele provincie gemakkelijk een jaar lang te eten geven. Tankstations zijn verstevigde burchten met bewaking waar je niet zomaar binnenkan. Bij de politiecheckposts staan talloze scanners met gezichtsherkenning, waardoor je je net in een sciencefiction film waant. Zelfs een gehucht met 2 gebouwen, 3 yurts en wat grazende koeien wordt in de gaten gehouden door high tech camerasystemen. De weg van Tashkurgan tot de Pakistaanse grens loopt door een prachtig leeg berglandschap maar is volledig (de volle 100km!) omheind langs twee zijden. De politie draagt vaak legerhelmen en lijken voorbereid op een oorlog. Jammer genoeg is het moeilijk om dit allemaal op foto vast te leggen…

Om het allemaal nog wat erger te maken werd het hele gebied tussen Kashgar en Tashkurgan bedekt door een zand-stofmist wanneer ik deze route aflegde. Hierdoor had ik geen enkel zicht op de prachtige bergtoppen die deze regio rijk is en voelde ik me hierdoor nóg meer gevangen. Kamperen is verboden in Xinjiang en daardoor besliste ik om het Chinese deel van de Karakoram Highway af te leggen in twee heel lange dagen. ‘Onder de brug’ werd zo slechts één keer mijn thuis voor een nacht. Achteraf gezien misschien niet de beste beslissing aangezien de stormachtige tegenwind (ik reed in exact de tegenovergestelde windrichting als op de Pamir Highway maar opnieuw tegenwind?! Begrijpen wie begrijpen kan) zandstormen creëerde en mij tot het uiterste dreef. De stoflucht zorgde bovendien voor een keelinfectie en zo gebeurde het dat ik volledig uitgeput, ziek maar toch heel gelukkig op de bus naar Pakistan stapte (na opnieuw 5 uren wachten en ontelbare paspoortcontroles).

Deze korte periode in China zal ik niet snel vergeten en net zoals de andere fietsers die deze regio bezochten ben ik niet van plan om snel weer vrijwillig een voet in dit land te zetten. Er valt nog veel meer over te vertellen en uiteindelijk vielen de politiecontroles beter mee dan ik initieel had verwacht. Chinezen aan het stuur geven ook geen bal om fietsers, maar gelukkig zijn er toch enkelingen die me een opgestoken duim gunden. Wanneer je zelf mensen begroet moet je hier niet altijd een zwaai of glimlach terug verwachten, maar gelukkig waren er de werkmannen en yak- en geitenherders die mij trakteerden op een warme begroeting. Dat doet goed in een (deel van een) land waar je je niet welkom voelt.

Beter vertoeven was het in Kyrgizië!

Komende uit de Pamir bergen daal je af in een groene hemel met witte bergen in de achtergrond, waar de yurts her en der verspreid staan, paarden grazen en de Teletubbies vrolijk rondhuppelen. In de laatste dagen van de officiële Pamir highway kreeg Rudi een bloemetje cadeau van een Kyrgizisch meisje, passeerden ons vrachtwagens met een tweede leven uit Herenthout en Hulshout en werden we na een schitterende tocht door mooie groene valleien begroet door talloze fietsvrienden in Osh. Osh, de plaats waar iedere fietser komende van de Pamir Highway enkele dagen langer spendeert dan gepland door de aanwezigheid van Europees voedsel, fastfood en lekkere koffie.

Het was een aangename korte kennismaking met Kyrgizië en hier kom ik zeker op een dag terug!

img_7921

Sam – Adam – Tom (UK) – Ross (USA) – Nacho – David (ITA)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.